Ze was er, ik voelde het…
Mijn lieve vriendin R. en ik lopen over knerpend grind in de richting van de kerk St Gerlach in de Limburgse plaats Houthem. We lopen gearmd: haar rechterarm in mijn linker. Over mijn rechterschouder draag ik mijn camera, een Leica R5. Ach ja, een mens is tot vreemde capriolen in staat. Zo loop ik, los van God en voortdurend bezig met zaken die Hij verboden heeft, hier nu met R. naar een kerkje opdat zij kan bidden, moed kan putten uit, nog kan hopen - ik weet het niet. Ik schrijf hier niet waarvoor R. bidt en voor wie, maar dat ze ten einde raad is en ik in haar geval mij wellicht ook tot elke denkbare God zou wenden, moet genoeg zijn voor de lezer om te beseffen dat het bittere ernst is.

We wandelen over een kerkhof. Alleen zo kun je het heiligdom van St Gerlach bereiken. Dat heeft iets symbolisch. Maar R. heeft nauwelijks oog voor de graven. Ze is gespannen, ik voel het. Ze wil bidden, alleen zijn met haar God. Op zich vind ik het een mooi iets dat zij kracht put uit haar geloof, dat ze nog iets van een kapstok heeft waaraan ze haar verdriet nu kan hangen. Ik laat haar los, wurm mijn arm uit de hare en zeg dat ik in de buurt nog wat rond wandel en over, pak ‘m beet, een half uurtje terugkom om de mooie wandschilderingen in dit kerkje te bekijken. Want natuurlijk heb ik ‘mijn huiswerk’ gedaan en gelezen dat er in deze kerk fantastische wandschilderingen te bezichtigen zijn.
Ik wandel door het plaatsje Houthem, kan het niet laten even tussendoor iets bedwelmends in te nemen en spoed mij terug naar het kerkje. R. zit voorovergebogen op een bank en hoort mij niet binnenkomen. Behalve zij en ik is er niemand in de kerk aanwezig. De wandschilderingen zijn inderdaad van een bedwelmende schoonheid. Ik heb niets met het geloof als zodanig, maar het interieur van kerken vind ik prachtig. Als ik ergens ben en ik zie een deur van een kerk openstaan, dan ga ik altijd naar binnen. De symboliek van de beelden, de geur die er meestentijds hangt, de echo’s van preken die oneindig lang lijken door te galmen, ze boeien mij mateloos. Evenals de onvoorwaardelijke devotie van gelovigen. Ik wou dat ik zoiets had waarin ik zo kon geloven. Maar ik heb alleen mijzelf,- en als de punt bij de spreekwoordelijke paal komt geloof ik niet altijd onvoorwaardelijk in mijzelf. Anders zou ik zojuist niet wat ‘geluk’ hebben gesnoven voordat ik R. ging ophalen in de kerk.

Ik ga naast R. zitten en ik zie dat de tranen over haar wangen biggelen. Ik sla mijn arm om haar heen en vraag of zij misschien nog wat langer alleen wil blijven? Ze zegt dat het goed is zo. Of ik haar weer naar huis wil brengen.
Ik, klootzak, godverdomme, kan het weer ’s niet laten. Ik vraag aan R., als wij de kerk hebben verlaten en over het kerkhof lopen: ‘En… wat zei God?’
‘Hij hoeft niks te zeggen, Hij hoeft er alleen maar te zijn!’

Dit alles hierboven speelde in 1998. Nu moest ik onlangs voor een betonbedrijf allerlei bouwprojecten fotograferen en kwam ik in de buurt van het plaatsje Houthem. R. is inmiddels alweer zes jaar geleden gestorven en ik moest aan haar denken. Een mens is tot vreemde capriolen in staat: ik stapte uit op de parkeerplaats in de buurt van de kerk en liep alleen over het knerpende grind naar de St Gerlach kerk. Even dacht ik te voelen dat R. mijn arm vastpakte. Mijn linker, want over mijn rechterschouder hing de D3.

De kerk werd gerestaureerd. Steigers tot aan de nok van de kerk. Ik ging op die bank zitten, waar ik destijds naast R. plaatsnam en vroeg of ze nog wat langer wilde blijven.
Mijn God, was ze maar langer gebleven, zat ze hier nu nog maar. Al zat ze alleen maar hier, voor altijd. Ik zou haar elke twee weken bezoeken en met haar converseren over poëzie, geloof, politiek en liefde…
Ik beklom het steiger en ging helemaal naar boven. Er was op dat moment niemand meer in de kerk. Ik sprak in gedachten met de aanwezige beelden: Maria, het kindje Jezus, de volwassen Jezus, St Gerlach zelf, een engel op de achtergrond. Ik riep in gedachten de naam van R.
Ze hoefde niks te zeggen, ze hoefde er alleen maar even te zijn. En ze was er, ik voelde het…
Diederik Napalm
�




August 25th, 2008 at 8:31 pm
Als het fotograferen niks wordt kun je altijd nog gaan schrijven..
August 25th, 2008 at 9:20 pm
Mmm… laat ik door beiden disciplines te beoefenen nu al twintig jaar daarmee gewoon mijn geld verdienen.
August 25th, 2008 at 9:44 pm
En laat mij nu hopen dat jij daar nog twintig jaar minstens mee door zal gaan…..
August 27th, 2008 at 1:00 pm
had je met die d3 om de rechterschouder ook iets verheffends tot je genomen of kwam het van zelf? Alleen in sommige sporten is dat belangrijk. Het resultaat in woord en beeld voert me (vrij van biochemische additieven) mee met jou, R., maria en de bouwvakkers.
compliment