Het avontuur van nachtfotografie
Binnen de fotografie heb je vele genres en disciplines. Er zijn maar weinig fotografen die al deze verschillende disciplines beheersen. Vaak ben je gespecialiseerd in één bepaalde discipline. Nachtfotografie is of een specialisatie op zich, of het wordt er als extra specialisatie bijgedaan door fotografen. Immers, overdag kun je je portretjes in de studio of op locatie maken en ’s avonds en ’s nachts kun je even je zinnen verzetten en alleen de straat of de natuur in trekken. Maar natuurlijk zijn er ook fotografen die zich geheel en al focussen op deze bijzondere techniek: de nachtfotografie.
Wat maakt nachtfotografie nu zo interessant, of beter: wat maakt het zo verslavend? Het is gewoon een spannende aangelegenheid. Niet alleen vanwege de fraaie beelden die het je oplevert, maar ook zeker het nachtfotograferen op zich. Je gaat rond het middernachtelijk uur op pad om pas uren later weer terug te keren. Alleen met je spulletjes dool je door nachtelijke straten en komt zo nu en dan wel wat vage figuren tegen. Zeker wanneer een stad het werkterrein van je nachtfotografie vormt. Toch kun je op een afgelegen industrieterrein ook onverhoeds oog in oog komen te staan met andere personages,- en dat is misschien nog wel ‘gevaarlijker’. Maar als je zo denkt (in termen van gevaar), dan moet je je vooral niet storten in de nachtfotografie. Je dient dus over een zekere mate van onverschrokkenheid te beschikken en een beetje avontuurlijk zijn aangelegd.

Bertold Steinhilber maakt schitterende nachtplaten. Zjn lnachtlandschappen
hebben de fraaiste kleuren en hij heeft een aangename wijze van componeren.
Welk materiaal hebben we nodig?
Feitelijk heb je niets anders nodig dan een goed stevig statief, een camera met volle batterij, een geheugenkaart (of film natuurlijk), een draadontspanner en een goede zaklantaarn. Ben je niet in het bezit van een draadontspanner, geen nood, het kan ook zonder…
Nachtopnames, het moge duidelijk zijn, hebben sluitertijden die zich niet bepaald lenen om uit het handje te gaan fotograferen. Daarom is het zaak om een goed stevig statief te hebben. Niet zo’n goedkoop flutgevalletje die je voor € 40,00 koopt bij je plaatselijke fotoshop, want die waaien bij het minste geringste windvlaagje al om. Of er rijdt 50 meter verder een vrachtwagen voorbij en de trillingen daarvan worden keurig door deze statieven doorgestuurd naar je camera. Nee, een stevig statief is een vereiste. Voor wie de nieuwprijs van een dergelijk statief teveel van het goede is, op sites (o.a. op deze site) worden vaak stevige studiostatieven tegen een zeer redelijke prijs aangeboden. En als je dan ook geen statief tot je beschikking hebt, dan nog hoeft dit je er niet van te weerhouden een keer de nacht in te trekken om de nachtfotografie aan den lijve te ondervinden. Je kunt ook altijd je camera op een muurtje zetten, of op de grond…
Je camera is natuurlijk het essentieelste onderdeel van je uitrusting. Of je nu digitaal of analoog werkt, zorg dat je batterij vol is. Lange sluitertijden vreten stroom en een paar uur nachtfotograferen kan je batterij behoorlijk leeglurken. Beslis voordat je weggaat met welk objectief je de nachtopnames wilt gaan maken, want midden in de nacht je objectief verwisselen is weliswaar wel te doen, maar is niet echt handig. Dan een paar films in je zak steken en voor de digitalisten: een geheugenkaart in je camera stoppen. (Een overbodige tip? Zelf ben ik een keer om twee uur ’s nachts naar een kerkhof een uur verwijderd van mijn huis gereden en bleek ik bij aankomst gewoon geen geheugenkaartje bij me te hebben; nu ben ik een warhoofd, maar er zijn vast meerdere warhoofden zoals ik.)
Een draadontspanner is een handige accessoire omdat we weten dat bij lange sluitertijden de camera absoluut niet mag bewegen. Maar goed, heb je geen draadontspanner, dan is er nog geen man over boord. Het is natuurlijk ook goed om de zelfontspanner van je camera te gebruiken. Druk onder geen beding zelf op de ontspanknop van je camera, dit veroorzaakt (ook wanneer de camera op statief staat) toch trillingen, hoe minimaal ook. En als je het doet, dan ga je voor het optimale resultaat.

Dean Chamberlain is een echte nachttovenaar. de wonderlijkste kleuren en
lichtsporen maken dat zijn platen geschoten lijken te zijn op andere planeten.
Camera-instellingen
Tja, wat betreft de camera-instellingen is het moeilijk om hier een advies te verstrekken waaraan je onder alle omstandigheden wat hebt. Nachtfotografie vraagt namelijk om veel ervaring, omdat elke situatie ’s nachts weer anders is. De ene keer heb je met meer kunstmatig licht te maken dan de andere keer. En bij gebrek aan voldoende kunstmatig licht, zijn je sluitertijden weer veel langer dan wanneer je wel met ‘voldoende’ licht kunt werken. Het is eigenlijk gewoon een kwestie van vaak doen en vaak op je platte snuit gaan. Na verloop van tijd weet je precies hoelang je sluitertijd in een bepaalde omstandigheid ongeveer moet zijn. Het is dan ook goed om bij nachtopnames voor drie of vier verschillende sluitertijden te kiezen. Het grote voordeel van digitale nachtopnames is natuurlijk wel, dat je meteen het resultaat kunt terug zien. Bij analoge camera’s komt het natuurlijk nog veel meer op ervaring aan.
Mijn ervaring is dat je ’s nachts - ofschoon het zicht natuurlijk ernstig beperkt is - het beste gewoon manueel kunt scherpstellen. Ook omdat de autofocus het in deze donkere omstandigheden meestal laat afweten. Daarom is het handig om een grote zaklantaarn mee te nemen, waarmee je het te fotograferen object goed kunt belichten. Is de scene die je fotografeert te ver om met je zaklantaarn te beschijnen, dan is dit ook overbodig, want dan staat je objectief op oneindig.
Natuurlijk zijn de belichtingsmeters van moderne camera’s ook onder donkere omstandigheden vrij nauwkeurig tegenwoordig, maar mijn ervaring is toch dat wanneer je blind vertrouwd op wat de camera je influistert, je meestal waardeloze nachtfoto’s krijgt. Stel dat de camera zegt dat je een sluitertijd van 6 seconde op een diafragma van 5.6 moet gaan hanteren, dan kan dit in de praktijk best weleens veel beter uitpakken als je ‘m 9 - 11 seconden opengooit bij een zelfde lensopening. Maar nogmaals, heel belangrijk is de mate waarin kunstmatig licht in de plaat voorkomt. Het kan vrij snel gebeuren dat dit licht gaat overstralen bij te lange sluitertijden, of dat je lelijke uitbrekers krijgt…

Een prachtig sfeerbeeld van Michael Frye, ook weer zo’n gepassioneerd
nachtfotograaf. Zie hoe de beweging hier een extra dimensie toevoegt.
Oefening baart kunst
Natuurlijk ken ik de rijtjes die het logaritmische verloop van de verschillende sluitertijden aangeven en weet ik dat je hiermee een stop hoger of lager kunt gaan. Maar ik zou zeggen, vergeet dat technische geneuzel en schiet aanvankelijk steeds foto’s op een zelfde diafragma en doe dit in ongeveer drie of vier verschillende sluitertijden. Je zul verteld staan van het feit hoe snel je ongeveer al weet hoe lang je moet belichten. Hier geldt: oefening baart kunst.
Isowaarden
Een denkfout die vele beginnende nachtfotografen maken, is dat ze veronderstellen dat de iso omhoog moet worden geschroefd. Niet doen! De mooiste nachtplaten schiet je gewoon op isowaarden tussen de 50 en 200. Dan krijg je die mooie nachtverlopen en zijn vooral je luchten stukken fraaier. Je hoeft er vrijwel niets aan na te bewerken. Hoge iso/asa is natuurlijk wel gewenst wanneer je beweging van bijvoorbeeld personages op straat min of meer wilt bevriezen of maar met een geringe bewegingsonscherpte wilt weergeven.

Deze plaat van Frank Dituri laat zien dat hoge asa of isowaarden in
nachtfotofrafie wel degelijk een belangrijke rol kunnen spelen.

Een prachtige stadse nachtplaat met een bevroren personage. Deze is van
Lynn Saville, die ook erg fraai nachtwerk in haar portfolio heeft staan.
Bewerken achteraf
Voor wie graag knutselt aan een beeld achteraf, er valt natuurlijk nog best veel aan een nachtplaat te versleutelen. Noise Ninja is soms noodzakelijk en aan de kleuren kan ook nog naar willekeur getrokken worden. Dit kan bizarre resultaten tot gevolg hebben. Maar toch, de pure vorm van nachtfotografie op zichzelf geeft al van die bizarre kleuren.

Christopher Becker maakt mooie nachtopnames. Over bizarre kleuren
gesproken. Heerlijk gewoon!
En als je dan eenmaal de smaak te pakken hebt, je de meest krankzinnige kleurenpracht in nachtelijke luchten op je scherm terug ziet, dan ben je verkocht en voor de rest van je leven verslingerd aan de nachtfotografie. Je hoeft ’s je nachts als je de slaap niet kunt vatten, nooit meer af te vragen wat je moet gaan doen. Het is niet zo moeilijk. Kleren aan, spullen mee, een paar uur de gure nacht in en je slaapt daarna weer als een roosje. Beter dan welke slaappil ook!
Om te besluiten met mijn favoriete nightshooter Jan staller. Ik heb over hem al eens eerder een artikeltje op fotoapparatuur geschreven. Dit beeld laat je nooit meer los en moet elke fotograaf enthousiasmeren om zelf ook eens een nachtplaat te gaan maken.

Jan Staller, je kunt er niet lang genoeg naar kijken. Pas op dat je niet verdwaalt!
Huibert.




July 11th, 2008 at 3:22 pm
Inderdaad, vroege ochtend, late avond- en nachtfotgrafie zijn erg leuk. Slluitertijden van 10, 20, of soms zelfs 30, seconden geven hele aparte effcten.
Als je het doet moet je wel voorbreid zijn op domme vragen en dom commentaar van mensen. “Wat is daar nou leuk aan ? of Ja maar, [dat is dus gewoon NEE !!] de foto is niet scherp” zul je vaak horen.
Ik plaatste eens een foto uit het blauwe uurtje in de IG en, ja hoor … “Er zit een blauwe waas over je foto” was het commentaar.
Gewoon negeren, jezelf ’s nachts vermaken en later lekker verwonderen over de resulaten.
Huibert, je bent weer lekker op dreef.
En, o ja, als je bang bent voor ‘vage figuren’ ’s nachts, neem een hond mee. Desnoods die Herder of Pitbull van de buren. Vind de hond waarschijnlijk ook leuk. Van de buren weet ik het niet.
July 14th, 2008 at 2:58 pm
Nachtfotografie biedt je vele mogelijkheden om met behulp van licht je onderwerp te isoleren. Ik heb net een foto op de IG gezet die ik ’s nachts bij Radio Kootwijk heb gemaakt. Op de voorgrond staat een motorrijder. Die heb ik in het beeld betrokken door hem met een led-zaklampje (wit licht) met licht te ‘beschilderen’, zodat hij en de motor kleur hebben, hoewel ze in het tegenlicht staan. Bij een belichtingstijd van een halve minuut heb je daar tijd genoeg voor. Je kunt dat soort kunstjes ook met een flitser (op weinig lichtopbrengst instellen) bereiken. Daarmee heb je dan ook nog de mogelijkheid om vanuit meerdere hoeken te verlichten, door gewoon met de flitser in je hand naar verschillende plekken te lopen en hem dan af te laten gaan: studiolicht buiten! Bij echt lange sluitertijden kun je zelfs rustig door het beeld lopen: na afloop zie je daar niets meer van…
July 14th, 2008 at 3:11 pm
bedankt huibert, er zitten een paar tips tussen waar ik wat mee kan! en ik ben het met je eens over staller, echt hypnotiserend werk..
July 14th, 2008 at 4:22 pm
Ja, bedankt Huibert. De lightworks van http://www.bertholdsteinhilber.com/ mogen er ook zijn!
July 14th, 2008 at 5:43 pm
Weer een fijn stukske over mijn passie binnen de fotografie! Wederomm inspirerend. Dank je Huibert.
July 21st, 2008 at 6:47 pm
Hey Huibert, wad er bij dat kerkhof geen toeristenwinkeltje die kaartjes verkochten?